De schilderstijl van schilder Freek Laban
Evenals schilder Freek Laban werken een groot aantal Nederlandse kunstenaars vanaf de jaren vijftig kortere of langere tijd in een informele stijl, van expressionistisch en lyrisch tot meer op de materie gericht. Laban ontwikkelt een eigen variant op de informele schilderkunst. Dit krachtige werk vormt een combinatie van de technieken van het Action Painting en de Art Informal. Door zijn impasto (een dikke laag opgebrachte olie- of acrylverf waarin de streken van kwast of penseel zichtbaar zijn) komen de tastbare kwaliteiten van het medium verf naar voren en wordt de materiële substantie van zijn werk duidelijk aangetoond. Door deze techniek wordt de opbouw van het beeld, die zich ontwikkelt uit zelfstandige verflagen, veraanschouwelijkt.
In de tweede plaats leidt het vrije schilderen zonder vastomlijnd idee tot bijna herkenbare organismen die sterk doen denken aan de schilderijen van de cobra-kunstenaar Karel Appel van de jaren vijftig en zestig. Laban laat verder de verschillende materialen en objecten ook voor zichzelf spreken: onderdelen van papier, plastic, metaal of hout blijven als zodanig nog duidelijk herkenbaar. Hiermee past heel goed de term ‘Materieschilderkunst’. De materieschilderkunst is in feite bijna letterlijk tastbaar. De Amerikaanse kunstcriticus Clement Greenberg noemde het Modernisme: kunst die naar zichzelf verwijst en niet naar iets dat buiten het kunstwerk om bestaat. Acryl, olieverf, spuitbus, krijt, stift of het toevoegen van objecten, alles mag ook bij Laban. Als krachtenpunt kiest hij vaak voor ronde organische vormen. Schilderen voelt als iets heel natuurlijks. Hiermee lijkt hij niet naar de natuur te werken, maar met de natuur.
Henk Woudsma, samensteller website ‘Moderne kunst na 1945’.